Preventieve observatie

Preventieve observatie

Observatie komt uit het Latijnse “Observare” hetgeen betekent “waarnemen”. Volgens de dikke van Dale  wil observeren zeggen: gadeslaan, bespieden, en waarnemen.

Hoe nuttig en waardevol een observatie ook kan zijn , het doel dient altijd kritisch bekeken te worden. Is de observatie onder de geldende omstandigheden haalbaar en/of is de observatie zijn beperkingen heeft. Het blijft menselijk werk en de te nemen risico’s moeten verantwoord blijven. Observeren is altijd doelgericht. Bij observeren word systematisch gewerkt. Het is bekend op welke object en op welke concrete gedragingen en of gebeurtenissen er moet worden gelet.

 

In eerste instantie vereist observatiewerk van de observant(e) speciale deskundigheid en vaardigheid. De observant(e) moet een grote dosis improvisatievermogen hebben, omdat tijdens het observatiewerk niet alle situaties waaraan hij/zij deelneemt van te voren besproken of doorgenomen kunnen worden. De praktijk stelt de observant(e) steeds weer voor nieuwe situaties die door wijzigend feiten of omstandigheden niet identiek zijn aan een voorafgaande situatie. De observant(e) moet in staat zijn hierop adequaat en alert te reageren. Wanneer de observant(e) in staat is om vooruit te denken, met betrekking tot de handelwijze van het te volgen objecten kan improviseren, is hij/zij vaak in staat de situatie in zijn zijn/haar verdeel om te zetten. Daarnaast beschikt de observant(e) over een (zeer) goed rijvaardigheid.

 

Ten tweede beschikt de observant(e) een voertuig dat geschikt is om het observatiewerk op een professionele en zo veilig mogelijke wijze te kunnen uitvoeren. Daarnaast heeft de observant(e) een tal van hulpmiddelen, zoals telefoon, verrekijker, foto- of videoapparatuur, indien daar met betrekking tot de te verrichten observatiewerkzaamheden behoefte aan bestaat.